ECLI:NL:RBNHO:2018:6826
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op doorbetaling toelage onregelmatige diensten tijdens stage bij Douane
Eiser, werkzaam bij de Douane Amsterdam, ontving een toelage onregelmatige diensten (TOD) voor werk in onregelmatige diensten. Tijdens een stage van 1 maart tot 9 september 2016 bij Douane Schiphol werd de TOD tot 1 juni 2016 doorbetaald, daarna stopgezet. Eiser maakte bezwaar tegen het niet doorbetalen van de TOD over juli 2016, maar verweerder verklaarde dit bezwaar ongegrond.
Verweerder stelde dat de stage bedoeld was voor persoonlijke ontwikkeling en niet viel onder de regeling voor tijdelijke tewerkstelling in het kader van het dienstbelang, zoals beschreven in de Personele Uitvoeringsbepalingen Belastingdienst (PUB). Eiser betoogde dat hij wel aan de voorwaarden voldeed en dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op doorbetaling.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 17 BBRA Pro de toelage alleen geldt bij onregelmatige werktijden, wat tijdens de stage niet het geval was. De PUB bevat een gunstiger regeling voor tijdelijke tewerkstellingen in dienstbelang, maar de stage van eiser was gericht op persoonlijke ontwikkeling. De rechtbank concludeerde dat de stage geen tijdelijke tewerkstelling in dienstbelang was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser op doorbetaling van de toelage onregelmatige diensten tijdens de stageperiode is ongegrond verklaard.