ECLI:NL:RBNHO:2018:6580
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag wegens overschrijding inkomensgrens door kind
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de herziening van kinderbijslag door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) omdat hun dochter in het derde en vierde kwartaal van 2016 meer verdiende dan de wettelijk toegestane inkomensgrens. De SVB stelde dat het inkomen van het kind boven de vrijstellingsgrens lag en dat het niet als vakantiewerk kon worden aangemerkt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het inkomen van het kind in het derde kwartaal € 1323,25 en in het vierde kwartaal € 1958,45 bedroeg, waarbij het werk niet beperkt was tot de zomervakantieperiode. Volgens de wettelijke bepalingen en de toelichting daarop geldt de vrijstelling alleen voor extra werk tijdens de zomervakantie dat niet ook buiten die periode wordt verricht.
De rechtbank oordeelt dat het werk van het kind niet als vakantiewerk kan worden aangemerkt omdat het een vaste bijbaan betreft die ook buiten de zomervakantie werd uitgevoerd. De informatie op de website van de SVB is niet onjuist maar algemeen van aard en kan geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.