Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling d.d. 25 juli 2018
- het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.
2.De feiten
633,00
Rechtbank Noord-Holland
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V. vordert in kort geding dat de gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en dat ABN AMRO namens de gedaagde de woning mag aanbieden en verkopen aan de woningstichting WOONopMAAT. De vordering is gebaseerd op een aanbiedingsplicht uit een akte van levering uit 2006, waarin is vastgelegd dat de woning eerst aan de woningstichting moet worden aangeboden bij verkoop.
De gedaagde is in gebreke gebleven met het nakomen van zijn hypotheekverplichtingen en heeft de woning niet aangeboden aan de woningstichting, ondanks sommatiebrieven. ABN AMRO heeft daarom het recht om de woning executoriaal te verkopen en heeft de voorzieningenrechter verzocht om haar te machtigen namens de gedaagde te handelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ABN AMRO als hypotheekhouder een aanmerkelijk financieel belang heeft en dat het beroep op het derdenbeding gegrond is. De vordering tot ontruiming en executoriale verkoop wordt toegewezen, waarbij het vonnis dezelfde kracht krijgt als een authentieke akte voor levering indien de gedaagde niet meewerkt. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ABN AMRO tot executoriale verkoop en ontruiming van de woning wordt toegewezen.