Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
5 juli 2018 in de zaak tegen:
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
enigmisdrijf.
euro 75.440,00vermeld. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is echter direct gebleken dat het gaat om een geldbedrag van
euro 78.340,00. De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving en heeft de bewezenverklaring op dit punt verbeterd. Gelet op het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
5 (vijf) maanden.
Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
verbeurdhet onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag van in totaal
26.635,- euro.
19 juli 2018.