Het Uwv heeft een toeslag teruggevorderd van eiseres wegens het aannemen van een gezamenlijke huishouding met een ander, aanvankelijk met ingang van 1 april 2010. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de motivering voor deze datum onvoldoende was. Na deze tussenuitspraak heeft het Uwv het omslagpunt verlegd naar 1 november 2013 en het teruggevorderde bedrag verlaagd.
Eiseres betwistte de nieuwe aanvangsdatum en voerde aan dat de financiële verstrengeling onvoldoende was aangetoond, met name dat zij niet significant heeft bijgedragen aan de gezamenlijke lening en dat betalingen voor woningverbeteringen als woonlasten moeten worden gezien. Het Uwv stelde dat uit bankafschriften bleek dat er naast maandelijkse bijdragen ook andere betalingen werden gedaan, wat wijst op een financiële verstrengeling.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv met het gewijzigde besluit het gebrek had hersteld en dat de keuze voor 1 november 2013 als omslagpunt redelijk was, ook al is dit arbitrair vanwege de zich ontwikkelende situatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. Tevens werden de proceskosten aan het Uwv opgelegd.