Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Standpunten van partijen
4.Oordeel van de rechtbank
voorwaardelijkopzet. De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg aanwezig is indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit gevolg zal intreden.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
poging tot doodslag.
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
[naam], GZ-psycholoog, houdt onder meer het volgende in.
[naam], psychiater, houdt onder meer het volgende in.
minst genomen verminderd toerekeningsvatbaarbeschouwen.
maatregelrapportuitgebracht, gedateerd 4 april 2018 en opgesteld door [naam] , als reclasseringswerker verbonden aan GGZ Reclassering Fivoor te Haarlem. Het rapport houdt onder meer het volgende in.
Gelet daarop acht de rechtbank, evenals de officier van justitie, oplegging van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege noodzakelijk.
8.Vrijheidsbenemende maatregel
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer]een vordering tot schadevergoeding van € 10.953,09 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
- de wettelijke en vrijwillige eigen bijdrage ziektekostenverzekering € 885,00
- reiskosten ziekenhuis € 20,09
- reiskosten kantoor advocaat € 32,00
- reiskosten zitting rechtbank € 16,00
- immateriële schade € 10.000,00
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
ter beschikkingwordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 8.453,09(zegge: achtduizend vierhonderddrieënvijftig euro en negen cent), bestaande uit € 953,09 als vergoeding voor de materiële en € 7.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
77 (zevenenzeventig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.