ECLI:NL:RBNHO:2018:5424
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor beschermingsbewind wegens ontbreken schuldhulpverlening
Eiseres, een Nederlandse B.V. die arbeidsplaatsbemiddeling en detachering verricht, voerde beschermingsbewind uit en claimde een afdrachtvermindering loonbelasting en premie volksverzekeringen voor 2009 en 2010. Na een boekenonderzoek legde de Belastingdienst naheffingsaanslagen en vergrijpboetes op. Het geschil betrof de vraag of eiseres recht had op de afdrachtvermindering onderwijs.
De rechtbank stelde vast dat eiseres slechts een cursus Nederlandse taal had gevolgd, wat niet voldeed aan de voorwaarden voor de afdrachtvermindering. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet. De vergrijpboetes bleven in stand. Daarnaast werd een vergoeding toegekend voor immateriële schade door overschrijding van de redelijke termijn.
In een ander geschil ging het om de vraag of de vergoedingen die eiseres ontvangt voor beschermingsbewind onder de omzetbelastingvrijstelling voor schuldhulpverlening vallen. De rechtbank oordeelde dat beschermingsbewind niet gelijk is aan schuldhulpverlening en dat eiseres niet uitsluitend vrijgestelde schuldhulpverleningsactiviteiten verricht. Daarom is de vrijstelling niet van toepassing en werd het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukte dat de vrijstelling strikt moet worden uitgelegd en dat de bewijslast bij eiseres ligt. De activiteiten van eiseres omvatten zowel schuldhulpverlening als andere werkzaamheden, en de vergoedingen betreffen alle werkzaamheden gezamenlijk. Het beroep op de uitzondering voor WSNP-bewindvoering faalde omdat de activiteiten van eiseres niet gelijk zijn aan WSNP-bewindvoering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 5 juli 2018, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard en een immateriële schadevergoeding werd toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes blijven in stand.