Eiseres sloot in 1993 een vaste termijnverzekering af bij een verzekeringsmaatschappij met een einddatum in 2013 en een verzekerd bedrag in Australische dollars. Verweerder legde voor 2013 een aanslag IB/PVV op, waarbij een deel van de uitkering werd aangemerkt als belastbaar rentebestanddeel van een kapitaalverzekering.
Eiseres betwistte dat het product een kapitaalverzekering is en voerde aan dat het eerder kenmerken van een bancair product vertoont. De rechtbank stelde vast dat de polis het verzekerd bedrag op de einddatum uitkeert, onafhankelijk van het in leven zijn van eiseres, en dat de premieplicht slechts de eerste twee jaar bestond.
Op grond van de polisvoorwaarden en de wettelijke bepalingen concludeerde de rechtbank dat geen sprake is van een verzekering in de zin van een kansovereenkomst, maar van een bancair product. Daarom werd de aanslag verminderd tot het niveau van het door eiseres opgegeven belastbaar inkomen en de uitspraak op bezwaar vernietigd.