Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 juni 2018 in de zaak tussen
Stichting [X] , gevestigd te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Bloemendaal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- grond bij niet-woning: 35.000 m²;
- hockeyveld kunstgras (semi water) (1988): 5.800 m²;
- hockeyveld kunstgras (zand) (1998): 5.800 m²;
- lichtmasten (1987): 18 stuks
- hockeyveld kunstgras (water) (2007): 5.800 m²;
- rijwielstalling (inclusief verharding): 350 m² en
- hockeyveld (natuur)gras (1987) : 5.800 m².
De levensduur van het kunstgrasveld (water) is niet verlengd. Na de waardepeildatum is dit veld voorzien van een nieuwe top- en onderlaag. Verweerder heeft bij de waardevaststelling desalniettemin geen toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 18, derde lid, van de Wet WOZ. Eiseres is hiermee niet tekort gedaan. Voor het natuurgrasveld heeft verweerder een verlengde levensduur gehanteerd van 39 jaar (ruwbouw) en 34 jaar (afbouw). Bovendien heeft verweerder, aangezien in bezwaar is gebleken dat in eerste instantie is uitgegaan van een te groot oppervlak, de waarde van het natuurgrasveld met € 26.000 verlaagd. De rechtbank acht dit juist. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in beginsel aan zijn bewijslast heeft voldaan.