ECLI:NL:RBNHO:2018:5007
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake compensatie passagier tegen luchtvaartmaatschappij Turkish Airlines
De passagier vordert compensatie van €400,- van Turkish Airlines wegens annulering van een vlucht van Varna naar Istanbul, waardoor zij haar aansluitende vlucht naar Amsterdam miste. Turkish Airlines betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter omdat zij statutair gevestigd is in Ankara en stelt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft.
De rechtbank beoordeelt het bevoegdheidsincident en stelt vast dat Turkish Airlines geen woonplaats heeft in Nederland, ook niet via haar kantoor op Schiphol, omdat dit kantoor niet betrokken was bij de boeking of uitvoering van de vlucht. De rechtbank volgt echter het verweer van de passagier dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 6, sub a, Rv, omdat de verbintenis uit de vervoersovereenkomst in Nederland is uitgevoerd, namelijk op Schiphol als plaats van aankomst.
De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU waarin Schiphol als eindbestemming wordt aangemerkt en de diensten in Nederland worden verstrekt. Turkish Airlines wordt in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de proceskosten. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het verzoek tot onbevoegdheid van Turkish Airlines af.