ECLI:NL:RBNHO:2018:4729
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- M.C.A. Onderwater
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over geldigheid antidumpinguitvoeringsverordening voor Sri Lankaanse producent-exporteurs
De rechtbank Noord-Holland behandelt een geschil tussen een Nederlandse importeur en de Belastingdienst over de oplegging van antidumpingrechten op fietsen afkomstig uit Sri Lanka. De inspecteur heeft uitnodigingen tot betaling (utb's) opgelegd op basis van Uitvoeringsverordening 501/2013, die antidumpingrechten uitbreidt naar fietsen verzonden uit onder meer Sri Lanka, ongeacht het land van oorsprong.
Eiseres betwist de toepassing van deze verordening, stellende dat het bewijs ontbreekt dat de fietsen van Chinese oorsprong zijn en dat de verordening ongeldig is voor zover zij betrekking heeft op bepaalde producent-exporteurs uit Sri Lanka. De rechtbank overweegt dat de verordening enkel het land van verzending relevant acht en dat de verordening anders zinledig zou zijn.
Gezien het arrest van het Hof van Justitie EU dat de nietigverklaring van de verordening voor één producent-exporteur niet automatisch geldt voor anderen, en de twijfel over de geldigheid van de verordening voor de betrokken producent-exporteurs, legt de rechtbank prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU. De procedure wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De rechtbank legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU en schorst de procedure.