Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse (gelet op de toen geldende omstandigheden) toegestaan en/of verantwoord was en/of
- met een snelheid die zo hoog was dat hij niet in staat is gebleken om
a) zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
b) zijn motorrijtuig voortdurend onder controle te houden en/of
- geen gevolg gevend aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt en/of
- onder invloed van een zodanige hoeveelheid alcoholhoudende drank en/of (een) verdovend(e) middel(en), dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was,
immers verdachte is -rijdend als hiervoor omschreven- (tijdens duisternis) op de, door middel van een dubbele doorgetrokken streep, in twee rijstroken verdeelde, rijbaan van die Pronvincialeweg N246, een inhaalmanoeuvre gaan uitvoeren en/of die dubbele doorgetrokken streep links gaan overschrijden op een moment dat een hem op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer rijdende personenauto (merk Citroën, kenteken [kenteken] ) zo dicht was genaderd, dat hij met dat door hem bestuurde motorrijtuig (frontaal) is opgebotst of aangereden tegen die personenauto, waardoor de bestuurster van die personenauto (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede of derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet.
3.Standpunten van partijen
Dit terwijl [slachtoffer] zich aan alle ter plaatse geldende en onder de omstandigheden voorgeschreven verkeersregels hield en geen enkele uitwijkmogelijkheid had. Zij is aan de gevolgen van de aanrijding overleden. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich met zijn uitzonderlijke weggedrag buiten de orde van ‘deelname aan het normale verkeer’ heeft geplaatst en dat daardoor sprake is van schuld in de zin van ‘roekeloosheid’ als bedoeld in art. 6 WVW Pro 1994.
4.Oordeel van de rechtbank
een witte Audi A3, kenteken [kenteken] , bestuurd door verdachte [verdachte] ,
een grijze Citroën C1, kenteken [kenteken] , bestuurd door slachtoffer [slachtoffer] , en
een groene Renault Megane Scenic, kenteken [kenteken] , bestuurd door getuige [getuige 1] .
Audi A3 110 km/h
Citroën C1 80 km/h.
Naar het oordeel van de rechtbank moet het rijgedrag van verdachte worden geschaard onder de naast hoge schuldgradatie ‘zeer onvoorzichtig en onoplettend’.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
8. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
3 (drie) jaren.
5 (vijf) jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
365 (driehonderd vijf en zestig) dagen.