Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de procedure
2.Feiten en standpunten
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
- het klaagschrift tijdig is ingediend, namelijk binnen 2 jaren na het sepotbericht van de officier van justitie van 22 november 2017;
- klager eigenaar van het geld is, zodat het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard en een last tot teruggave aan klager dient te worden gegeven.
- primair: klager in het klaagschrift niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de twee jaarstermijn is overschreden, te rekenen vanaf 26 augustus 2014, de datum van inbeslagname van het geldbedrag;
- en subsidiair: niet aannemelijk is geworden dat klager de eigenaar van het geld is, zodat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard.