ECLI:NL:RBNHO:2018:2895
Rechtbank Noord-Holland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herziening en terugvordering toeslag wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving een alleenstaandentoeslag die door verweerder werd verlaagd en teruggevorderd op grond van de vaststelling dat zij vanaf 1 april 2010 een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon. Eiseres betwistte dit en stelde dat de situatie onvoldoende was onderzocht en gemotiveerd.
De rechtbank onderzocht de feiten en constateerde dat eiseres haar hoofdverblijf had in de woning van de ander en dat er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling, zoals gezamenlijke betalingen en een gezamenlijke lening. Dit duidt op een gezamenlijke huishouding.
Echter, de rechtbank vond dat het besluit onjuist was gemotiveerd omdat de intrekking van de toeslag terugwerkend tot vóór het huisbezoek in 2010 niet kon worden onderbouwd. Verweerder kreeg de gelegenheid om het gebrek te herstellen door nader onderzoek te verrichten en een nieuw besluit te nemen. De uitspraak is een tussenuitspraak, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek in het besluit te herstellen.