Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Het door [verbalisant] , hoofdagent van Politie Eenheid Noord-Holland en [verbalisant] , hoofdagent van Politie Eenheid Noord-Holland, op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 mei 2016, dossierpagina’s 11 – 12, onder meer inhoudende:
Het door [verbalisant] , brigadier van politie Eenheid Noord-Holland, op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2016, dossierpagina 16, onder meer inhoudende:
Het door [verbalisant] , Senior Tactische Opsporing bij Politie Eenheid Noord-Holland, op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal vergelijking ring d.d. 23 mei 2016, dossierpagina 88, onder meer inhoudende:
De man heeft mij van mijn fiets afgetrokken en pakte daarna mijn armen vast en draaide die op mijn rug. De man had een ring om. Het wat een soort zegelring. Zilver met zwart en het leek alsof er botjes in zaten”.
…) stond beschreven dat het slachtoffer had verklaard dat de dader een soort van ring om had. De beschrijving van de ring die werd gegeven door het slachtoffer: “
zegelring, zwart met zilver met botjes” komt mijn inziens in grote mate overeen met het uiterlijk van de ring die verdachte in zijn bezit had tijdens zijn aanhouding.
Het door [verbalisant] , Senior Tactische Opsporing bij Politie Eenheid Noord-Holland, op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal personenauto verdachte d.d. 23 mei 2016, dossierpagina 92, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 4 juli 2016, dossierpagina’s 35 en 45, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende als de verklaring van [slachtoffer] :
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
- Een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren;
- Een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis en met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
ZES [6] MAANDEN, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
driejaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
HONDERDTWINTIG [120] URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door zestig [60] dagen hechtenis.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 750,00, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
15 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.