Verzoekers wilden evenementen houden op 17, 18 en 31 maart 2018 zonder de vereiste evenementenvergunning. Verweerder legde een last op om deze evenementen te verbieden en stelde dwangsommen in bij overtreding.
De voorzieningenrechter moest beoordelen of het verbod gehandhaafd kon blijven of geschorst moest worden. Uit de toelichting bleek dat het nieuwe bestemmingsplan het gebruik van het strandpaviljoen beperkte, maar het overgangsrecht het voortzetten van het oude gebruik toestond.
De rechter concludeerde dat de evenementen niet in strijd waren met het oude bestemmingsplan en dat daardoor geen omgevingsvergunning nodig was. Ook bleek dat de evenementenvergunning op grond van de APV 2017 niet vereist was vanwege het overgangsrecht.
Daarom werd het besluit van 12 maart 2018 geschorst en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.