ECLI:NL:RBNHO:2018:2255

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 maart 2018
Publicatiedatum
20 maart 2018
Zaaknummer
AWB - 18 _ 992
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 lid 1 sub c WaboAPV Bloemendaal 2017
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing verbod op evenementen wegens overgangsrecht bestemmingsplan en vergunningen

Verzoekers wilden evenementen houden op 17, 18 en 31 maart 2018 zonder de vereiste evenementenvergunning. Verweerder legde een last op om deze evenementen te verbieden en stelde dwangsommen in bij overtreding.

De voorzieningenrechter moest beoordelen of het verbod gehandhaafd kon blijven of geschorst moest worden. Uit de toelichting bleek dat het nieuwe bestemmingsplan het gebruik van het strandpaviljoen beperkte, maar het overgangsrecht het voortzetten van het oude gebruik toestond.

De rechter concludeerde dat de evenementen niet in strijd waren met het oude bestemmingsplan en dat daardoor geen omgevingsvergunning nodig was. Ook bleek dat de evenementenvergunning op grond van de APV 2017 niet vereist was vanwege het overgangsrecht.

Daarom werd het besluit van 12 maart 2018 geschorst en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verbod op het houden van evenementen werd geschorst omdat het overgangsrecht het voortzetten van het oude gebruik toestaat zonder vergunning.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
Zaaknummer: HAA 18/992
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter ter zitting van 16 maart 2018 in de zaak tussen

Beach Club Vroeger B.V., te Haarlem,

Elswout B.V., te Overveen,
[verzoeker 2], te [woonplaats] ,
verzoekers (gemachtigde mr. M.L.M. Frantzen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal,

verweerder (gemachtigden mr. E. Visser, mr. J. Van Hooft en mr. J. Bakemans).

Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2018 heeft verweerder verzoekers de last opgelegd om
- het houden van de voorgenomen evenementen op 17, 18 en 31 maart 2018 zonder de vereiste evenementenvergunning na te laten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding/evenement met een maximum van € 150.000,-;
- het gebruiken van het perceel/strandpaviljoen voor het houden van (een) evenement(en) zonder ontheffing van het bestemmingsplan voor incidenteel gebruik van het strandpaviljoen als evenementenlocatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht na te laten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- per overtreding en een maximum van € 150.000,-.
Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2018. Verzoekers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde, [naam 1] en [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het besluit van 12 maart 2018 tot en met zes weken na bekendmaking van de
beslissing op bezwaar;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan verzoekers te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.002,-.

Overwegingen

1. Verzoekers hebben gevraagd het besluit van 12 maart 2018 te schorsen zodat de voor 17, 18 en 31 maart 2018 geplande evenementen kunnen doorgaan. Verweerder houdt eraan vast dat deze evenementen niet mogen doorgaan zonder de daarvoor vereiste evenementen- en omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter moet daarom bezien of de betrokken belangen de gevraagde schorsing nodig maken en daarbij zo nodig een voorlopig oordeel geven over de rechtmatigheid van het besluit van 12 maart 2018.
2. Partijen hebben duidelijk gemaakt dat zowel het doorgaan van de geplande evenementen als het niet-doorgaan ervan mogelijk problemen zal veroorzaken. Tegelijk hebben ze de voorzieningenrechter er niet van kunnen overtuigen dat deze problemen onoverkomelijk zijn. Een belangenafweging kan hier dus niet de doorslag geven. Een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het besluit van 12 maart 2018 zal daarom beslissend zijn.
3. De last is deels gebaseerd op de het uitgangspunt dat het houden van deze evenementen in strijd is met de regels van het geldende bestemmingsplan. Het overgangsrecht van dit plan staat echter toe om gebruik dat niet in strijd is met het voorheen geldende bestemmingsplan voort te zetten. Verweerder heeft verklaard dat deze evenementen niet in strijd waren met het vorige bestemmingsplan. De voorlopige conclusie is dan ook dat het geldende bestemmingsplan voortzetting van het houden van evenementen zoals die voorheen al werden gehouden, toestaat. Een omgevingsvergunning is daarvoor dus niet nodig. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit van 12 maart 2018 te schorsen voor zover daarbij de last onder dwangsom is opgelegd het perceel/strandpaviljoen niet te gebruiken voor (een) evenement(en) zonder omgevingsvergunning.
4. De last is verder gebaseerd op het uitgangspunt dat voor de genoemde evenementen een evenementenvergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening Bloemendaal 2017 (APV) nodig is. Uit de door verweerder gegeven toelichting hierover maakt de voorzieningenrechter op dat vanaf 2018 deze vergunning nodig is omdat de evenementen, als gevolg van het door het nieuwe bestemmingsplan beperkte, toegestane gebruik van strandpaviljoens, niet meer als gebruikelijke activiteit kunnen worden gezien. Maar gelet op het overgangsrecht is de voorlopige conclusie dat het al bestaande gebruik van strandpaviljoens vooralsnog niet is beperkt en daarmee zijn de evenementen zoals die voorheen plaatsvonden dus nog steeds te zien als een gebruikelijke activiteit. Omdat niet is gebleken dat dit bij het vaststellen van de Beleidsregels reguliere exploitatie strandpaviljoens Bloemendaal 2018 (beleidsregels) is onderkend, kan verweerder zijn besluitvorming in dit geval niet op de beleidsregels baseren. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit van 12 maart 2018 ook te schorsen voor zover daarbij de last onder dwangsom is opgelegd het perceel/strandpaviljoen niet te gebruiken voor de voorgenomen evenementen op 17, 18 en 31 maart 2018 zonder evenementenvergunning.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht vergoeden.
6. Ook veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten, die hij vaststelt op € 1.002,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier, op 16 maart 2018.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open