Uitspraak
gevestigd te [Z] , eiseres
(de naheffingsaanslagen) en boetebeschikkingen (de boetebeschikkingen) opgelegd en daarbij bij beschikkingen rente (de rentebeschikkingen) in rekening gebracht:
- over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 een naheffingsaanslag ten bedrage van € 300.000 en € 61.018 heffingsrente (zaaknummer HAA 16/5061).
- over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 een naheffingsaanslag ten bedrage van € 450.000, een boete van € 112.500 en € 53.023 heffingsrente (zaaknummer HAA 16/5062).
- over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 een naheffingsaanslag ten bedrage van € 150.000, een boete van € 37.500 en € 10.241 heffingsrente (zaaknummer HAA 16/4653).
- over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 tot een bedrag aan belasting van € 84.738 en € 17.033 heffingsrente.
- over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 tot een bedrag aan belasting van € 145.498, een boete van € 17.201 en € 17.491 heffingsrente.
- over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot een bedrag aan belasting van € 46.657, een boete van € 6.258 en € 3.118 heffingsrente.
mr. [C] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. A.E.H. Berkhuizen-van Egmond, mr. J.B. Wieken en R.G.B. Haazelager.
- [A BEDRIJF] B.V. ( [A BEDRIJF] B.V.)
- [X 2] B.V.
- [B BEDRIJF] B.V.
- [C BEDRIJF] B.V.
- [D BEDRIJF] B.V.
- [E BEDRIJF] B.V. ( [E BEDRIJF] B.V.)
- [F BEDRIJF] B.V.
- [G BEDRIJF] B.V.
- [H BEDRIJF] B.V.
- [D]
4.2.1. Standpunt Belastingdienst
5.Overige bevindingen boekenonderzoek
hhs-producten. In de gedoogvergunning voor de coffeeshops is opgenomen dat een coffeeshop geen overlast mag veroorzaken en dat de toegangsleeftijd (vanaf 18 jaar) streng nageleefd dient te worden. (…)
4. Beoordeling van het bezwaar
pre pro-rata moet aansluiting worden gezocht bij de regels die gelden voor het reguliere
pro-rata, dat ziet op de verdeling van voorbelasting tussen belaste en vrijgestelde prestaties. Deze regels leiden er toe dat het pro-rata wordt bepaald op basis van de omzetverhouding voor de fiscale eenheid als geheel. Daarom dient ook voor het pre pro-rata te worden uitgegaan van de omzetverhouding van de fiscale eenheid als geheel.
5.Boetes
hhs-producten ten opzichte van de totale omzet van eiseres in elk jaar op het volgende percentage berekend:
hhs-producten. Voor de boetes heeft te gelden dat geen sprake is van een pleitbaar standpunt. De boetes zijn tot 10% verminderd vanwege het lange tijdsverloop, aldus verweerder ter zitting, en zijn daarmee passend en geboden. Ter zitting heeft verweerder verder erkend dat de kosten met betrekking tot de seizoenskaarten van [VOETBALCLUB] ten onrechte ook zijn betrokken in de correctie pre pro-rata. De naheffingsaanslagen moeten daarom als volgt worden verminderd:
In dit verband heeft zij gewezen op de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 28 januari 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ0447. Zij stelt dat zij een relatief grote omzet heeft uit reguliere horeca- en andere activiteiten ten opzichte van de omzet uit
hhs-producten. Haar investeringen en inspanningen zijn met name ten behoeve van die reguliere horeca- en overige activiteiten. De kosten die daarmee samenhangen houden dus direct verband met die activiteiten. De bedrijfseconomische motieven van eiseres zijn uitsluitend gericht op meer horeca-omzet; de hhs-activiteiten zijn bijkomstig. De activiteiten met betrekking tot de hhs-producten zijn verder bijna helemaal extern georganiseerd en in 2017 is ook begonnen met het afscheiden van de hhs-activiteiten van de overige activiteiten. Ook worden de prijzen van hhs-producten niet bepaald door de kosten maar door de straatprijs zodat een functioneel-causaal verband ontbreekt met die kosten. Eiseres doet in dit verband een beroep op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van
14 september 2017, C-132/16 (Iberdrola), ECLI:EU:C:2017:683 en stelt dat de exploitatie van haar horecabedrijf onmogelijk is zonder het creëren van horecagelegenheden die de concurrentie aankunnen. Haar investeringen zien op het realiseren van dergelijke horecagelegenheden. Dat die horecalocaties door bezoekers mede worden gebruikt voor niet belast hhs-gebruik, behoort volgens haar het recht op aftrek niet te beperken. Verweerder heeft een en ander bestreden.
hhs-producten in de coffeeshops van eiseres een belangrijk deel van de activiteiten van eiseres zijn. De omzet verband houdend met hhs-producten vormt een aanmerkelijk deel (ongeveer 30%) van de totale omzet van eiseres. Verder is ter zitting komen vast te staan dat de activiteiten van eiseres zijn begonnen met het bieden van een plek waar hhs-producten konden worden gebruikt. De merknaam waaronder de activiteiten van eiseres thans nog wordt ontplooid, vindt daar ook zijn oorsprong. Voorts blijkt uit hetgeen eiseres ter zitting heeft verklaard over de feitelijke situatie op de locaties waar hhs-producten worden geleverd dat het desbetreffende pand, het personeel en de voorzieningen deels worden gebruikt en ingezet voor verkoop van hhs-producten. Vast staat ook dat de verkoop van hhs-muffins plaatsvindt binnen de reguliere horeca. Met haar stelling dat haar inspanningen en investeringen alleen worden gedaan met het oog op de economische activiteiten, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de door verweerder als algemeen aangemerkte kosten niet mede verband houden met de niet-economische activiteiten. Dat in een later jaar de
hhs-activiteiten zouden zijn afgescheiden van de activiteiten van eiseres, wat daar overigens van zij, leidt ook niet tot de conclusie dat die activiteiten in het onderhavige tijdvak bijkomstig of van ondergeschikt belang zijn. De vergelijking met de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch kan eiseres ook niet baten, omdat de verschillen met de onderneming in die zaak niet afdoen aan het feit dat eiseres niet-economische activiteiten ontplooit ter zake waarvan geen recht op aftrek bestaat. Gelet op het voorgaande is terecht een correctie in verband met de aftrek van omzetbelasting op de algemene kosten toegepast. Het Iberdrola-arrest leidt niet tot een ander oordeel omdat de feiten in die zaak onvoldoende vergelijkbaar zijn met die in onderhavige zaken.
hhs-activiteiten van eiseres.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een langere termijn dan twee jaar rechtvaardigen. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 2 juli 2009,
nr. 04/03329, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298, wordt een vermindering toegepast van 20% per boete met een maximum van € 20.000.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 tot een bedrag van € 68.812 en de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig (zaaknummer HAA 16/5061);
- vermindert de naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011 tot een bedrag van € 124.628 en de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boetebeschikking tot een bedrag van € 12.083 (zaaknummer
- vermindert de naheffingsaanslag over het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 tot een bedrag van € 39.556 en de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig en vermindert de boetebeschikking tot een bedrag van € 4.438 (zaaknummer
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.252,50; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.
mr. dr. M.M.W.D. Merkx, leden, in aanwezigheid van mr. J.J. Graanstra, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2018.