ECLI:NL:RBNHO:2018:2069
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Man niet-ontvankelijk in verzoek benoeming bijzondere curator voor minderjarige
De man verzocht de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen voor zijn minderjarige kind, om diens belangen te behartigen in de contacten tussen hem en het kind. De rechtbank stelde vast dat er geen inhoudelijk verzoek met een geschil ter beoordeling lag waar zij bevoegd op kon beslissen. De man voerde aan dat hij niet steeds naar de rechter kon stappen vanwege het ontbreken van mediation, maar onderbouwing ontbrak.
De vrouw voerde verweer en stelde dat geen sprake was van strijdige belangen tussen de man en het kind zoals vereist in artikel 1:250 BW Pro. Tevens verzocht zij de man te veroordelen in de proceskosten omdat de procedure onnodig was gestart. De rechtbank oordeelde dat de man inderdaad niet-ontvankelijk was en veroordeelde hem in de kosten.
Daarnaast speelde een geschil over het Amerikaanse paspoort van de minderjarige, dat de vrouw uiteindelijk introk nadat de man verklaarde het paspoort niet meer in bezit te hebben. De rechtbank benadrukte dat het paspoort bij terugkeer aan de vrouw moet worden gegeven aangezien het kind haar hoofdverblijf bij de vrouw heeft.
De rechtbank merkte op dat partijen al jaren procederen over zorg- en contactregelingen, met tien vonnissen en beschikkingen in zes jaar. Het voeren van procedures is niet in het belang van het kind, aldus ook de Raad voor de Kinderbescherming. De beschikking werd uitgesproken op 14 februari 2018 door kinderrechter M.E. Allegro.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een bijzondere curator te benoemen en veroordeeld in de proceskosten.