Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland,
Rechtbank Noord-Holland
De Stichting Confessioneel Primair Onderwijs Waterland heeft bij de rechtbank Noord-Holland verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens diens ongeschiktheid om de bedongen arbeid te verrichten, anders dan door ziekte of gebreken. De werknemer erkende zijn ongeschiktheid en zag geen mogelijkheden voor herplaatsing.
De kantonrechter oordeelde dat er een redelijke grond voor ontbinding bestond op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel d, BW, nu voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet reëel was en herplaatsing niet mogelijk was. De ongeschiktheid was de werknemer niet te verwijten.
Partijen waren het eens over een opzegtermijn van drie maanden, zodat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juni 2018 werd ontbonden. Er werd geen vergoeding toegekend en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juni 2018 wegens ongeschiktheid zonder verwijtbaarheid en zonder herplaatsingsmogelijkheden.