ECLI:NL:RBNHO:2018:11903
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mensenhandel wegens onvoldoende bewijs ondanks wisselende aangiften
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 6 juli 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel in de periode mei 2013 tot oktober 2014. Verdachte zou het slachtoffer onder dwang, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie hebben uitgebuit, onder meer door controle, bedreiging en het regelen van werk en woonadressen.
Het slachtoffer deed aanvankelijk aangifte tegen een andere persoon, waarna zij haar aangifte wijzigde en verdachte beschuldigde van uitbuiting en mishandeling. De verklaringen van het slachtoffer waren tegenstrijdig en bevatten contra-indicaties, zoals het feit dat zij meerdere malen de gelegenheid had om misbruik te melden en dat zij vrij kon reizen.
De rechtbank vond dat voor bewezenverklaring van mensenhandel de aanwezigheid van specifieke dwangmiddelen volgens artikel 273f Sr overtuigend moest worden vastgesteld. Dit was niet het geval. Ook ontbrak overtuigend steunbewijs voor de aangifte, getuigenverklaringen waren onbetrouwbaar of ongespecificeerd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende bewijs.