ECLI:NL:RBNHO:2018:11901
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch.A. van Dijk
- M.J.M. Verpalen
- I.S. Burggraaff
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mensenhandel wegens ontbreken bewuste samenwerking
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 3 mei 2018 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mensenhandel in de periode mei tot en met september 2016. Verdachte zou het slachtoffer hebben gedwongen tot seksuele uitbuiting en diverse controlerende en dwingende gedragingen hebben verricht. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde en tevens ontslag van rechtsvervolging.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Hoewel verdachte advertenties had aangemaakt en geld van klanten had aangenomen en doorgegeven aan een medeverdachte, was niet gebleken dat zij bewust en nauw samenwerkte bij het dwingen of bewegen van het slachtoffer tot uitbuiting. Deze handelingen werden gezien als hand- en spandiensten zonder de vereiste intensieve samenwerking voor medeplegen.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar de rechtbank verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het ten laste gelegde niet bewezen was. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en wees de vordering van de benadeelde partij af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen mensenhandel.