ECLI:NL:RBNHO:2018:11392
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in familierechtelijke hoofdzaak
Verzoeker heeft op 26 november 2018 ter zitting een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die betrokken zijn bij een familierechtelijke hoofdzaak over gezag. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat zijn vertrouwenspersoon niet aanwezig mocht zijn tijdens de besloten zitting.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een besloten zitting op 4 december 2018, waarbij verzoeker is gehoord en de rechters geen gebruik maakten van het recht om te worden gehoord. De kamer oordeelde dat noch subjectief noch objectief sprake was van een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid van de rechters.
De wrakingskamer benadrukte dat het aan de rechters is om de gang van zaken tijdens een zitting te bepalen en dat verzoeker door direct tot wraking over te gaan de mogelijkheid miste om de situatie rustig toe te lichten. Gezien het ontbreken van feiten die de onpartijdigheid van de rechters aantasten, werd het wrakingsverzoek afgewezen.
Daarnaast werd vastgesteld dat verzoeker op lichtvaardige wijze tot wraking is overgegaan en dat sprake is van misbruik van het wrakingsrecht, waardoor een volgend wrakingsverzoek in dezelfde hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.
De zitting en beslissing zijn openbaar uitgesproken op 4 december 2018, en tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.