Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoeker
“rommelig verloop van de vorderingen”dan wel van
“rommelige vorderingen”.
“rechtsvorderlijke scheefgroei”of heeft zij laten blijken zich hiervan bewust te zijn.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft op 28 september 2018 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij zijn civiele procedure over huurgeschil en vrijwaringszaak. Het verzoek was gebaseerd op vermeende onpartijdigheid en onjuist optreden van de rechter tijdens de comparitie van partijen op 18 september 2018, waaronder het niet toestaan van het tonen van foto’s en een bevooroordeelde houding.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld op 13 december 2018, waarbij verzoeker en de rechter zijn gehoord. De wederpartijen maakten geen gebruik van hun hoorrecht. De wrakingskamer heeft beoordeeld dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, aangezien het pas 10 dagen na de mondelinge behandeling werd ingediend terwijl de wet vereist dat het verzoek zo spoedig mogelijk na bekendwording van de feiten wordt gedaan.
De kamer concludeerde dat de gronden voor wraking uitsluitend zien op het optreden tijdens de zitting en dat verzoeker niet heeft voldaan aan de vereiste termijn. Daarom is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking wegens te late indiening.