ECLI:NL:RBNHO:2018:11311
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing stiefouderadoptie wegens kennelijk belang minderjarige en langdurige samenleving
De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 december 2018 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot stiefouderadoptie van een minderjarige door de stiefouder. De moeder stemde in met het verzoek, terwijl de biologische vader, hoewel meerdere malen opgeroepen, niet is verschenen en het verzoek niet heeft betwist.
De rechtbank stelde vast dat de stiefouder, de moeder en de minderjarige sinds medio 2015 feitelijk samenleven, waardoor de wettelijke samenlevingstermijn is vervuld. De biologische vader heeft de minderjarige slechts kort na de geboorte gezien en heeft sindsdien geen contact onderhouden, noch financiële bijdragen geleverd. De rechtbank oordeelde dat de minderjarige thans en in de toekomst redelijkerwijs niets meer van haar vader in de hoedanigheid van ouder kan verwachten.
De rechtbank achtte de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige, mede omdat de stiefouder zich volledig verantwoordelijk wil voelen voor het kind, gelijk voor zijn biologische kinderen. De geslachtsnaam van de minderjarige zal niet worden gewijzigd omdat dit niet in het belang is en reeds een andere naamskeuze voor het eerste kind van de ouders is gemaakt. Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd niet verder behandeld omdat het primair verzoek tot adoptie werd toegewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad afgewezen. De griffier zal na het verkrijgen van kracht van gewijsde de beschikking registreren in het gezagsregister. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: Verzoek tot stiefouderadoptie wordt toegewezen omdat de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is.