Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 7.364.975,51en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de raadsvrouw
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 6.305,440,51
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 6.305,440,51ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen voordeel.