Een Nederlandse man en een Tunesische vrouw zijn in 2011 in Tunesië gehuwd. De vrouw heeft naast de Tunesische ook de Nederlandse nationaliteit verkregen. De rechtbank oordeelt dat de rechtskeuze voor het Tunesische huwelijksgoederenregime niet rechtsgeldig is omdat de huwelijksaktes niet door partijen zijn ondertekend.
Het eerste huwelijksdomicilie van partijen wordt Tunesië geacht, waardoor het huwelijksvermogensregime tot de naturalisatie van de vrouw door Tunesisch recht wordt beheerst en daarna door Nederlands recht. De twee woningen die de man vóór het huwelijk bezat, behoren niet tot de huwelijksgemeenschap volgens zowel Tunesisch als Nederlands recht.
De rechtbank spreekt de echtscheiding uit wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man krijgt het recht om de woning in Nederland zes maanden na inschrijving van de echtscheiding te blijven gebruiken. Het verzoek van de vrouw tot partnerbijdrage wordt afgewezen omdat zij in staat wordt geacht volledig in haar eigen levensonderhoud te voorzien.
De beslissing over de vermogensrechtelijke afwikkeling wordt aangehouden om partijen de gelegenheid te geven te reageren op vragen over de datum van naturalisatie van de vrouw, de toename van bankrekeningen en de verwerving van roerende zaken na die datum. Partijen worden uitgenodigd tot overleg om tot overeenstemming te komen.