ECLI:NL:RBNHO:2018:1107
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens gefingeerde zorgkosten door belastingconsulent
Eiser diende voor de jaren 2011 tot en met 2014 aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen in, waarbij specifieke zorgkosten als aftrekpost werden opgevoerd. Deze aangiften werden ingediend door belastingconsulent [A]. Verweerder legde navorderingsaanslagen op nadat onderzoek uitwees dat de belastingconsulent mogelijk onjuiste aftrekposten had opgevoerd.
Eiser betwistte de navorderingsaanslagen primair vanwege het ontbreken van een nieuw feit en stelde dat verweerder ambtelijk verzuim had begaan. Subsidiair stelde hij dat sprake was van een fishing expedition en strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder stelde dat de kwade trouw van de belastingconsulent aan eiser kon worden toegerekend en dat er wel degelijk een nieuw feit was.
De rechtbank oordeelde dat kwade trouw niet kon worden vastgesteld omdat onvoldoende bewijs was dat de belastingconsulent te kwader trouw handelde ten aanzien van de specifieke aangiften van eiser. Wel was sprake van een nieuw feit, namelijk dat de belastingconsulent gefingeerde aftrekposten had opgevoerd, wat ook voor de aangiften van eiser gold. Verweerder had daarom terecht navorderingsaanslagen opgelegd.
De rechtbank verwierp ook de stelling dat verweerder ambtelijk verzuim had gepleegd of onzorgvuldig had gehandeld. Er was geen sprake van een fishing expedition en eiser had onvoldoende bewijs geleverd voor de juistheid van de opgevoerde aftrekposten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel faalde eveneens. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.