ECLI:NL:RBNHO:2018:1105
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens gefingeerde aftrekposten door belastingconsulent
Eiser heeft voor de jaren 2011 tot en met 2014 aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen ingediend met aftrekposten voor specifieke zorgkosten. Deze aangiften zijn door een belastingconsulent verzorgd. Na onderzoek door de Belastingdienst, mede ingegeven door signalen van onjuiste aftrekposten, zijn navorderingsaanslagen opgelegd waarbij de specifieke zorgkosten buiten beschouwing zijn gelaten.
Eiser betoogde dat geen nieuw feit aanwezig is en dat de Belastingdienst een ambtelijk verzuim heeft begaan door niet eerder te controleren. Ook stelde hij dat sprake is van een fishing expedition en schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Belastingdienst stelde dat sprake is van kwade trouw van de belastingconsulent die aan eiser is toe te rekenen en dat er wel degelijk een nieuw feit is.
De rechtbank oordeelt dat de primaire stelling van kwade trouw onvoldoende is onderbouwd en verwerpt deze. Wel is sprake van een nieuw feit omdat uit het onderzoek blijkt dat de belastingconsulent in veel aangiften gefingeerde aftrekposten heeft opgevoerd. Eiser heeft geen bewijs geleverd van de juistheid van de opgevoerde aftrekposten en heeft niet gereageerd op informatieverzoeken. De navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd.
De rechtbank wijst ook de overige bezwaren van eiser af, waaronder het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel. De beroepen worden ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.