Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 januari 2018 in de zaak tussen
[X] N.V., gevestigd te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 1 – Inbreng van de Vastgestelde Portefeuille
Inbrengdatum”) het eigendom van de Vastgestelde Portefeuille in te brengen in [eiseres], ten de uitgifte van aandelen A en B in het kapitaal van [eiseres] aan [A BEDRIJF] . De toetreding, inbreng en uitgifte zal worden geeffectueerd door ondertekening van de Toetredingsovereenkomst en middels ondertekening van een akte van inbreng en uitgifte, (…). Circa 1/3 van de waarde van de Vastgestelde Portefeuille zal door [eiseres] in liquiditeiten worden betaald aan [A BEDRIJF] of via overdracht van aandelen tot verrekening komen.
Artikel 2 – Uitgifte en koop/levering van Aandelen
Bedrijfsprofiel”) voor [eiseres] de dato 7 december 2011.
Geschil8. In geschil is of eiseres over de onder 7 genoemde verkrijging overdrachtsbelasting is verschuldigd. Meer specifiek is in geschil of de splitsing in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de te betalen overdrachtsbelasting tot nihil;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.252,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.