Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Verloop van de procedure
2.De behandeling van de zaak
3.Beslissing
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
Rechtbank Noord-Holland
De vader verzoekt de rechtbank om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zijn minderjarige kind, dat vanwege het Syndroom van West en intensieve medische zorg onder toezicht staat en in een pleeggezin woont. De moeder oefent momenteel het eenhoofdig gezag uit, maar het kind verblijft niet bij haar. Beide ouders kampen met persoonlijke problematiek, wat de opvoedingssituatie bemoeilijkt.
De Raad voor de Kinderbescherming en Jeugd- & Gezinsbeschermers rapporteren dat het pleeggezin per december 2017 niet langer voor het kind kan zorgen vanwege conflicten met de ouders. De vader heeft sinds het begin een weekendregeling die goed verloopt. De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat geen afwijzingsgronden aanwezig zijn.
Gelet op de complexe medische en sociale situatie acht de rechtbank het van belang dat de vader als mede-gezaghebbende ouder betrokken wordt bij beslissingen en informatie-uitwisseling over het kind. De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en verklaart het gezamenlijk gezag uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek om meer of anders is afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader toe en stelt gezamenlijk gezag vast over het kind.