Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagden]
1.De procedure
- de dagvaarding van 15 december 2016 met producties 1-24;
- de conclusie van antwoord van 22 maart 2017 met producties 1-8;
- het tussenvonnis van 5 april 2017;
- het proces-verbaal van comparitie van 27 september 2017 met het daarin vermelde stuk.
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
“U vraagt hoe dat gesprek verliep. Vanaf 2010 belt dhr. [A] mij stelselmatig op. Hij belt dan over zijn moeder, of ik iets wil zeggen of getuigen. Ik heb op een gegeven moment [A] en Ros maar binnen gelaten, om er van af te zijn. Ik zat toen net in een hele moeilijke tijd, want ik was net gescheiden, was daarom net verhuisd en mijn moeder was net overleden. (…) Om van al de telefoontjes en alle mailtjes en alles af te zijn heb ik gezegd dat ze dan maar een keer binnen moesten komen. En dat is misschien achteraf te lief geweest van mij. Na dat gesprek heeft [eiser] [A] mijn familie nog gebeld om mij over te halen om te getuigen of wat dan ook. (…)
, dat weet ik van de buren. Vader ging elke zaterdag bij hen koffiedrinken.
904,00(2 punt × tarief € 452,00)