ECLI:NL:RBNHO:2017:7904
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek ouders tot eenhoofdig gezag vader afgewezen, ouderschapsplan aan beschikking gehecht
De ouders verzochten de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en de vader eenhoofdig met het gezag te belasten, vanwege de voorgenomen verhuizing van de moeder naar Brazilië. De rechtbank wees het verzoek af omdat een dergelijke beslissing niet ter vrije bepaling van partijen staat en het gezamenlijk gezag het uitgangspunt is na het beëindigen van de relatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werd benadrukt dat het gezamenlijk gezag kan worden gewijzigd indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders of indien wijziging in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank wees erop dat partijen op grond van artikel 1:247a BW verplicht zijn een ouderschapsplan op te stellen, en dat dit plan een betere en minder ingrijpende oplossing is dan het eenhoofdig gezag.
De Raad voor de Kinderbescherming onderschreef dat wijziging van het gezag een ingrijpende maatregel is en dat betrokkenheid van beide ouders, ook na verhuizing, in het belang van het kind is. Na de zitting trokken de ouders het verzoek tot eenhoofdig gezag in en verzochten zij het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten. De rechtbank besloot dit verzoek toe te wijzen, waardoor het gezamenlijk gezag blijft bestaan en het ouderschapsplan bindend is.
Uitkomst: Het verzoek tot eenhoofdig gezag van de vader wordt afgewezen en het ouderschapsplan wordt aan de beschikking gehecht.