In de zomer van 2015 filmde verdachte met zijn mobiele telefoon seksuele handelingen tussen een veertienjarig meisje en een zestienjarige jongen in een bosje bij een kerk. Verdachte verspreidde het filmpje via een groepsapp, waarna het door meerdere personen in de omgeving werd gezien en verder verspreid werd.
De rechtbank achtte op basis van verklaringen van het slachtoffer en medeverdachte, alsmede een tweede filmpje, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het filmpje had gemaakt, bezeten en verspreid. De verdediging pleitte voor vrijspraak, maar dit werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het feit strafbaar is en dat verdachte strafbaar is, zonder strafuitsluitingsgronden. Gelet op de ernst van het feit, de gevolgen voor de betrokkenen en het intellectuele profiel van verdachte, legde de rechtbank een taakstraf van 20 uur leerstraf op. Bij niet nakoming volgt 10 dagen jeugddetentie.
Verdachte gaf geen verklaring over zijn beweegredenen en toonde geen berouw. De rechtbank hield rekening met de jeugdige onbezonnenheid en het disharmonisch intelligentieprofiel van verdachte. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer jeugdstrafzaken van de Rechtbank Noord-Holland op 11 juli 2017.