ECLI:NL:RBNHO:2017:5820
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot betaling transitievergoeding afgewezen wegens ontbreken opzegging door werkgever
De werknemer was sinds mei 2013 in dienst bij Werk-Net en had een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd die op 24 februari 2017 eindigde. De werknemer verzocht de kantonrechter om Werk-Net te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, stellende dat Werk-Net de arbeidsovereenkomst had opgezegd. Werk-Net betwistte dit en stelde dat de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst had opgezegd en dat de berekening van de transitievergoeding onjuist was.
Tijdens de zitting gaf de werknemer aan dat zij op 24 februari 2017 door haar voorman bij Barendse-DC was geïnformeerd dat er geen werk meer was en dat Werk-Net de werkzaamheden zou stoppen. Zij tekende een verklaring die volgens haar namens Werk-Net was. Werk-Net stelde echter dat deze verklaring door NL Jobs was opgesteld en dat de voorman niet bevoegd was om namens Werk-Net op te zeggen. Werk-Net benadrukte dat zij tevreden was over de werknemer en dat zij direct ander werk had kunnen aanbieden.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat Werk-Net de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, mede omdat de personen die de verklaring overhandigden niet bevoegd waren namens Werk-Net te handelen. Het bewijsaanbod om de voorman als getuige te horen werd gepasseerd. Het verzoek tot betaling van de transitievergoeding werd afgewezen en de proceskosten werden aan de werknemer opgelegd, waarbij de kosten werden gehalveerd vanwege gelijktijdige behandeling van een soortgelijke zaak.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van de transitievergoeding wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat Werk-Net de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.