Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[minderjarige], geboren op
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot stiefouderadoptie waarbij de verzoeker de adoptie van een minderjarige wilde laten uitspreken. De minderjarige is biologisch kind van de vader en moeder, beiden Pools, maar woont sinds 2007 in Nederland bij de moeder en verzoeker. De moeder en verzoeker leven sinds 2007 samen en de moeder stemt in met de adoptie. De vader is niet langer belast met het ouderlijk gezag en weigert zijn toestemming voor de adoptie.
De rechtbank stelde vast dat op grond van internationaal privaatrecht Pools recht van toepassing is op de toestemming van de ouders, maar Nederlands recht op de adoptie zelf. De moeder gaf toestemming, de vader niet, maar diens toestemming is niet langer vereist omdat het gezag over de minderjarige aan de moeder is toegekend.
De rechtbank oordeelde dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 1:227 lid 3 BW Pro, omdat niet is komen vast te staan dat de minderjarige niets meer van de vader als ouder te verwachten heeft en dat adoptie in het kennelijk belang van het kind is. De vader heeft vanaf de geboorte meer dan twee jaar samen met de moeder voor het kind gezorgd. De rechtbank benadrukte het belang van het kind om zijn biologische vader en familie te leren kennen en wees het verzoek af. De rechtbank adviseerde minder ingrijpende maatregelen zoals gezamenlijk gezag en benadrukte het belang van professionele begeleiding en informatievoorziening aan het kind.
Uitkomst: Het verzoek tot stiefouderadoptie wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan het kennelijk belang en het kind nog verwachtingen heeft van de biologische vader.