ECLI:NL:RBNHO:2017:4790
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking positieve uitslag theorie-examen wegens vermoedelijke fraude en dwangsom wegens late beslissing
Eiser legde op 1 september 2015 een theorie-examen af bij het CBR in Deventer en kreeg aanvankelijk een positieve uitslag. Na vermoedens van fraude, gebaseerd op cameratoezicht en waarnemingen van TEC-medewerkers die kleine lampjes en een camera in het poloshirt van eiser zagen, werd het resultaat ingetrokken en werd eiser voor drie maanden de toegang tot CBR-gebouwen ontzegd. Eiser vluchtte na het aanspreken door medewerkers, wat het vermoeden versterkte.
Eiser maakte bezwaar tegen deze maatregelen, maar het bezwaar tegen de ontzegging werd niet-ontvankelijk verklaard. Het bezwaar tegen de intrekking van de positieve uitslag werd ongegrond verklaard door verweerder. Eiser stelde beroep in en voerde aan dat het vermoeden van fraude slechts een bloot vermoeden was en dat de camerabeelden geen fraude aantoonden.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van fraude, mede gelet op het vluchtgedrag van eiser en de waarnemingen van TEC-medewerkers. Het examenprotocol en de regels waren duidelijk, en het onderzoek was zorgvuldig. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder te laat had beslist op het bezwaar, waardoor een dwangsom verschuldigd was. De rechtbank stelde de dwangsom vast op €460 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van het positieve examenresultaat wordt gehandhaafd, maar het CBR wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom wegens te late beslissing.