ECLI:NL:RBNHO:2017:4427
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in civiele zaak over bewind en mentorschap
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde betreffende opheffing van bewind en mentorschap. Verzoeker stelde zich benadeeld door het niet tijdig ontvangen van het verweerschrift van zijn zoon, de weigering van de rechter om een stuk in te nemen, en het niet apart horen buiten aanwezigheid van zijn zoon. Tevens werd de rechter verweten ongepast commentaar te hebben gegeven.
De rechter berustte niet in het wrakingsverzoek en gaf aan dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid of vooringenomenheid. De wrakingskamer behandelde het verzoek in een openbare zitting waarbij zowel verzoeker als de rechter werden gehoord.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van de subjectieve en objectieve toets voor onpartijdigheid. De persoonlijke opstelling van de rechter vormde geen zwaarwegende aanwijzing voor subjectieve partijdigheid. Ook was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, waarbij rekening werd gehouden met de uiterlijke schijn.
De wrakingskamer oordeelde dat de onvrede van verzoeker over bejegening en procedurele aspecten niet via wraking kan worden opgelost, maar via een klachtprocedure. De feiten en omstandigheden boden geen grond voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.