Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Achmea Dutch Residential Fund
Rechtbank Noord-Holland
Achmea vordert betaling van huurachterstand en bijkomende kosten van [gedaagde], die na het overlijden van haar vader in diens woning bleef wonen. Achmea stelt dat zij de huurovereenkomst heeft overgenomen door betaling van huur, wat [gedaagde] betwist. De rechtbank stelt vast dat er geen huurovereenkomst of bruikleenovereenkomst tot stand is gekomen tussen Achmea en [gedaagde], omdat er geen aanbod en aanvaarding is geweest en Achmea niet op de hoogte was van haar verblijf.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verbleef en daardoor onrechtmatig handelde. Zij is daarom gehouden tot vergoeding van de schade, begroot op de huurprijs over vier maanden. De vordering tot betaling van advocaatkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten worden gedeeltelijk toegewezen. De gevorderde wettelijke rente wordt slechts toegewezen over de hoofdsom vanaf de vervaldatum.
De tegenvordering van [gedaagde] wegens te hoge betaalde bewaarvergoeding wordt afgewezen omdat geen overeenkomst van bruikleen is vastgesteld. Ook de vordering tot teruggave van de bankgarantie wordt afgewezen. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd, behalve voor de tegenvordering waar deze nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 3.671,78 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatig verblijf in de woning.