Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
De rechtbank leidt daarbij uit de verklaring van verdachte ter zitting, inhoudende dat hij [aangeefster] niet meer durfde te bellen, omdat het gesprek van 24 augustus in ruzie was geëindigd, af dat verdachte zich ook bewust moet zijn geweest dat hij daartoe geen toestemming had. Daarbij komt dat [aangeefster] verdachte naar eigen zeggen aan het eind van het telefoongesprek op 24 augustus gezegd heeft dat [minderjarige 1] hoe dan ook voor 28 augustus terug moest zijn in Nederland om te acclimatiseren. Desondanks vervolgt verdachte op woensdag 24 augustus zijn busreis naar Spanje. Vervolgens laat verdachte aan [aangeefster] niets van zich horen tot 2 september. Verdachte komt eerst een week nadat de school begonnen is terug in Nederland.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Strafoplegging
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
101 (honderdeneen) dagen.
[aangever]geleden schade tot een bedrag van
€ 500,- (vijfhonderd euro), ter vergoeding van geleden materiële schade.
10 (tien) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.