ECLI:NL:RBNHO:2017:1684
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na wegraking en ongeval
Verzoekster is op 4 december 2016 betrokken geweest bij een eenzijdig ongeval op de A7 waarbij zij de controle over haar voertuig verloor na een vermoedelijke wegraking. Naar aanleiding hiervan heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) haar rijbewijs geschorst en haar verplicht mee te werken aan een medisch onderzoek naar haar rijvaardigheid en geschiktheid.
Verzoekster betwist de schorsing en het onderzoek, stellende dat haar medische onderzoeken geen aanwijzingen geven voor lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid. Zij overlegt diverse medische rapporten waaruit blijkt dat onder meer neurologisch, cardiologisch en bloedonderzoek geen afwijkingen tonen. Verweerder stelt dat op grond van het politiebericht en de aard van het ongeval een vermoeden van ongeschiktheid bestaat en dat een aanvullend neurologisch onderzoek noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vermoeden van ongeschiktheid terecht is gebaseerd op het politiebericht en het ongeval, en dat de medische stukken het vermoeden nog niet voldoende weerleggen. Gezien het wettelijke kader is een belangenafweging niet toegestaan en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster wordt opgeroepen voor het nader neurologisch onderzoek.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. de Feijter op 3 maart 2017 en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs en oplegging van een medisch onderzoek wordt afgewezen.