ECLI:NL:RBNHO:2017:1374

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 februari 2017
Publicatiedatum
22 februari 2017
Zaaknummer
C/15/225412 HA RK 17-34
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid

Verzoeker heeft bij brief een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M. Wouters, rechter-commissaris in een insolventiezaak. Dit is het tweede wrakingsverzoek, nadat een eerste verzoek reeds op 26 januari 2017 was afgewezen.

De wrakingskamer stelt vast dat het verzoek primair gericht is tegen de curator en niet tegen de rechter zelf. Volgens de rechtbank is een wrakingsverzoek bedoeld om vermoedens van partijdigheid of gebrek aan onafhankelijkheid van de rechter aan te tonen, hetgeen hier ontbreekt.

De wrakingskamer verwijst naar het wrakingsprotocol en artikel 37 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarin is bepaald dat niet-onderbouwde wrakingsverzoeken buiten behandeling moeten blijven. De inhoudelijke klachten tegen de curator kunnen niet via wraking worden behandeld.

Daarom verklaart de rechtbank het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en stelt het buiten behandeling. De beslissing is genomen door de voorzitter van de wrakingskamer, mr. P.H.B. Littooy, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Wrakingskamer
zaaknummer: C/15/225412 HA RK 17-34
Datum uitspraak : 21 februari 2017

BESLISSING op het schriftelijk verzoek tot wraking van:

[verzoeker]

[adres] ,
hierna te noemen: verzoeker.
1 PROCESVERLOOP
Bij brief van 20 februari 2017 heeft verzoeker een verzoek gedaan tot wraking van mr. M. Wouters (hierna te noemen: de rechter) als behandelend rechter-commissaris van de bij deze rechtbank, locatie Alkmaar, aanhangige zaak met insolventienummer C/15/16/273, hierna te noemen de hoofdzaak.
Het betreft hier een tweede verzoek tegen de rechter in deze hoofdzaak.
Bij beslissing van 26 januari 2017 is een eerste verzoek door de meervoudige wrakingskamer afgewezen.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.

2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Verzoeker heeft in zijn verzoek voorop gesteld dat zijn grieven zich primair richten tegen [curator] als curator in het faillissement van verzoeker.
Het wrakingsverzoek bevat inderdaad slechts grieven tegen [curator] voornoemd.
Verzoeker meent dat een wrakingsverzoek de – enige – weg is om zijn klachten aan de orde te stellen.
Naar het oordeel van de wrakingskamer dient het verzoek wegens kennelijke
niet-ontvankelijkheid buiten behandeling te worden gesteld.
Bij beslissing van 26 januari 2017 heeft de wrakingskamer als oordeel uitgesproken dat inhoudelijke beslissingen van de rechter in de hoofdzaak zich in beginsel niet lenen voor toetsing door de wrakingskamer.
Onder verwijzing naar paragraaf 4.1. van het hierna te noemen wrakingsprotocol stelt de rechtbank voorop dat een verzoek tot wraking gemotiveerd dient te zijn. De verzoekende partij dient opgave te doen van de feiten en omstandigheden die het vermoeden wettigen dat de rechter bij de behandeling van de zaak niet onpartijdig of onafhankelijk zal zijn.
Verzoeker heeft aan dit vereiste niet voldaan. Verzoeker heeft zich nu immers opnieuw met inhoudelijke bezwaren tot de wrakingskamer gewend. Een dergelijk verzoek dient reeds op grond van de wet (artikel 37 Wetboek Pro van burgerlijke rechtsvordering) buiten behandeling te blijven. In dit geval zijn de grieven bovendien niet gericht tegen inhoudelijke beslissingen van de rechter maar tegen beslissingen of handelingen van de curator.
Het wrakingsverzoek mist iedere onderbouwing met betrekking tot een grond voor een vermoeden als hierboven bedoeld, zodat het zich niet leent voor inhoudelijke beoordeling.
Overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1, in samenhang met paragraaf 4.1. van het wrakingsprotocol van deze rechtbank – op internet te vinden op de website van deze rechtbank onder: www. rechtspraak.nl/Rechtbank Noord-Holland/Regels en procedures/meer regels en procedures – zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen.

3.BESLISSING

De rechtbank:
-verklaart het gedane verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk;
- stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.B. Littooy als voorzitter van de wrakingskamer en uitgesproken in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier, ter openbare terechtzitting van
21 februari 2017.