ECLI:NL:RBNHO:2017:1179

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 februari 2017
Publicatiedatum
15 februari 2017
Zaaknummer
15.700134.16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 182 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond: auditieve registratie verhoor onvoldoende als alternatief voor getuigenverhoor

Op 27 januari 2017 diende de raadsman van verdachte een bezwaarschrift in tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het horen van een belastende getuige had afgewezen. De getuige, ex-partner van verdachte, had een verklaring afgelegd die door de verdediging nader getoetst wilde worden.

De rechter-commissaris had het verzoek tot het horen van deze getuige afgewezen omdat de verklaring auditief was geregistreerd en de verdediging de opname kon beluisteren. De rechtbank verzocht de auditieve registratie voorafgaand aan de raadkamerzitting op te sturen en speelde het verhoor af tijdens de zitting.

Het bleek echter dat de opname zo slecht verstaanbaar was dat slechts enkele woorden hoorbaar waren, waardoor het beluisteren van de opname geen adequaat alternatief bood voor het horen van de getuige. De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris niet redelijk had kunnen beslissen dat het horen van de getuige niet zou bijdragen aan de zaak.

Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift gegrond, vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris en droeg op alsnog over te gaan tot het horen van de getuige. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland op 17 februari 2017.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het horen van de getuige wordt alsnog bevolen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Registratienummer: 17.16
Parketnummer: 15.700134.16
Uitspraakdatum: 17 februari 2017
Beschikking(ex art. 182 lid 6 Sv Pro.)

1.Ontstaan en loop van de procedure

Op 27 januari 2017 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingekomen een door mr. N. Hendriksen, advocaat, ingediend bezwaarschrift, van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
te dezer zake woonplaats kiezende te [woonplaats] ,
ten kantore van zijn raadsman mr. N. Hendriksen, hierna verdachte.
Het bezwaarschrift is op 13 februari 2017 achter gesloten deuren in raadkamer behandeld. Hierbij waren aanwezig mr. N. Hendriksen voornoemd, en de officier van justitie,
mr. M.G.T. Kramer.

2.De beoordeling

De raadsman heeft namens verdachte op grond van artikel 182 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) bij brief van 29 november 2016 de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank verzocht om onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit:
het oproepen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen;
toegang tot de opnames van studioverhoren die zijn afgenomen met [slachtoffers] ;
[getuige 3] en [getuige 4] horen als getuigen;
het laten uitvoeren van een schouw;
het laten uitvoeren van een reconstructie.
De rechter-commissaris heeft een deel van dit verzoek, te weten het horen van de [getuige 1]
, bij beschikking van 16 januari 2017 afgewezen onder de motivering dat in het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] (pagina 37 t/m 42) staat dat zij heeft verklaard dat zij verdachte had gesproken, dat hij begon te huilen en zei dat het door ‘al die klerezooi kwam’ en dat dit voor haar een bekentenis was (pagina 40). Deze verklaring is auditief geregistreerd. Indien de raadsman twijfelt aan de juiste weergave van het door de getuige ondertekende proces-verbaal van verhoor kan hij de officier van justitie verzoeken het verhoor uit te luisteren. Het horen van [getuige 1] daaromtrent is aldus niet nodig.
Op 27 januari 2017 heeft de raadsman tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
Het bezwaarschrift is, overeenkomstig de wettelijke voorschriften, binnen veertien dagen na de beslissing van de rechter-commissaris en dus tijdig ingediend.
De raadsman heeft in het bezwaarschrift kort samengevat dat [getuige 1] voor verdachte een belastende verklaring heeft afgelegd. [getuige 1] is de ex-partner van verdachte. Haar verklaring in de processtukken kan op verschillende manieren uitgelegd worden. De verdediging wil van [getuige 1] onder andere weten wat er precies is gezegd tijdens het telefoongesprek met verdachte, wat ze van verdachte heeft begrepen, wat ze tegen de politie heeft gezegd, of verdachte echt tegen haar heeft gezegd dat hij het heeft gedaan of dat zij het zo heeft uitgelegd. Ook wil de verdediging de betrouwbaarheid van [getuige 1] toetsen.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het verzoek tot het horen van [getuige 1]
afgewezen dient te worden en de door de rechter-commissaris gegeven beschikking, d.d. 17 januari 2017, gehandhaafd moet blijven. Uit de stukken in het dossier blijkt voldoende waardoor [getuige 1] de verklaring van verdachte als een bekentenis heeft opgevat.. Het horen van [getuige 1] is daarom niet nodig.
De rechtbank komt tot het volgende oordeel.
Gelet op de belastende verklaring van [getuige 1] jegens verdachte en de door de verdediging – reeds ten overstaan van de rechter-commissaris –gegeven onderbouwing voor het horen van deze getuige, is de rechtbank van oordeel dat de rechter-commissaris niet in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen dat het horen van [getuige 1] niet kan bijdragen aan enige in deze zaak te nemen beslissing.
Auditieve registratie verhoor
In de aangevallen beslissing overweegt de rechter-commissaris dat de verklaring van de te horen getuige auditief is geregistreerd. Indien de raadsman twijfelt aan de juiste weergave van het verhoor in het proces-verbaal, dan zou hij de officier van justitie kunnen verzoeken om het verhoor uit te luisteren.
Voorafgaande aan de raadkamerzitting heeft de rechtbank verzocht om deze auditieve registratie toe te zenden. De officier van justitie heeft de politie verzocht om de opnames digitaal vast te leggen, aan welk verzoek is voldaan. Ter zitting is het desbetreffende onderdeel van het verhoor afgespeeld, op maximale geluidssterkte van de apparatuur. Ondanks serieuze inspanning van de officier van justitie, de raadsman en de leden van de rechtbank was het niet mogelijk om de verklaring van de getuige te horen, afgezien van een enkel woord. Wel waren de aanslagen op het toetsenbord van de typende verbalisant heel duidelijk hoorbaar.
Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat het beluisteren van de opnamen een alternatief is voor de verdediging om de verklaring van de getuige te toetsen.
Het bezwaarschrift zal daarom gegrond worden verklaard en het verzoek van de raadsman tot het horen van de [getuige 1] zal alsnog worden toegewezen.

3.De beslissing

Verklaart het bezwaarschrift van verdachte tegen de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 16 januari 2017 gegrond;
Vernietigt de bestreden beschikking;
Draagt de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, op alsnog over te gaan tot het horen [getuige 1] als getuige.

4.Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is op 17 februari 2017 gegeven en uitgesproken in raadkamer door
mr. L.J. Saarloos, voorzitter,
mr. A.S. van Leeuwen en mr. J. van Beek, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier M. Dambrink,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier.