Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
nietin de richting van verdachte stond. Ook kijkend naar de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte, dat niet anders dan als aanvallend kan worden gezien, acht de rechtbank (feitelijk) niet aannemelijk geworden dat bij verdachte op 4 september 2017 sprake is geweest van de eerder bedoelde drang.
6.Motivering van de sanctie
Daarnaast heeft de officier van justitie opheffing gevorderd van de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een totaalbedrag van € 2.044,45, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.
9.Beslissing
achttien (18) maanden.
twaalf (12) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
€ 2.044,45 (zegge: tweeduizend vierenveertig euro en vijfenveertig cent), bestaande uit materiële schade (€ 44,45) en immateriële schade
30 dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.