ECLI:NL:RBNHO:2017:11070
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zware mishandeling medegedetineerde met bijtende vloeistof
Op 22 november 2016 vond in een penitentiaire inrichting te Heerhugowaard een zware mishandeling plaats waarbij een medegedetineerde met een bijtende chemische vloeistof in het gezicht en de ogen werd bespoten. Verdachte werd ervan beschuldigd dit opzettelijk en met voorbedachten rade te hebben gedaan, al dan niet samen met anderen.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, zij bevoegd was en het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. Alleen de aangever verklaarde dat verdachte een actieve rol had gespeeld door een medeverdachte op te stoken en aanwijzingen te geven vlak voor het gooien van de bijtende vloeistof. Verdachte ontkende betrokkenheid, en er was geen aanvullend bewijs dat zijn actieve rol bevestigde.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €186.700,-, maar de rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van zware mishandeling.