ECLI:NL:RBNHO:2017:10835
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot opname geld van BEM-rekening minderjarige
De moeder van een minderjarige, die onder toezicht staat en uit huis is geplaatst, verzocht de kantonrechter om toestemming om €5.000 van de BEM-rekening van haar kind op te nemen. Dit bedrag zou worden gebruikt voor advocaatkosten in procedures omtrent de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De BEM-rekening bevat een erfenis die pas vrijkomt als de minderjarige 18 jaar wordt.
De kantonrechter beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 1:356 lid 1 BW Pro, waarbij het individuele belang van de minderjarige centraal staat. De rechter oordeelde dat de BEM-clausule juist bedoeld is om te waarborgen dat het geld alleen wordt gebruikt voor het persoonlijk nut van de minderjarige. De advocaatkosten van de moeder worden niet geacht in het belang van het kind te zijn.
De gezinsvoogd is aangesteld om het belang van de minderjarige te behartigen en de kinderrechter beslist over verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Procesrechtelijk is bijstand van een advocaat voor de moeder niet noodzakelijk. Het verzoek is daarom afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat het in het belang van de minderjarige is dat de moeder over het geld beschikt.
Uitkomst: Verzoek tot opname van geld van de BEM-rekening door de moeder wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige is.