ECLI:NL:RBNHO:2016:900
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- M. Daalmeijer
- M.J. Smit
- E.B. de Vries-van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die het verzoek tot uitstel van het horen van een getuige had afgewezen. De verdediging stelde dat zij zich onvoldoende had kunnen voorbereiden en dat de afwijzing in strijd was met het recht op een eerlijk proces, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De wrakingskamer overwoog dat het nemen van een procesbeslissing, ook als deze negatief of onjuist is, op zichzelf onvoldoende is voor wraking. Alleen wanneer een beslissing zo onbegrijpelijk is dat vooringenomenheid de enige redelijke verklaring is, kan wraking worden toegewezen. In dit geval was de beslissing gemotiveerd en bood zij de mogelijkheid om de getuige later opnieuw te horen.
De raadsman van verzoeker had niet eerder een beroepsfout aangevoerd en kon dit ook niet onderbouwen. Er waren geen andere omstandigheden die duidden op vooringenomenheid. De wrakingskamer concludeerde dat de objectieve en subjectieve toets geen grond voor wraking opleverden.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en beval dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was voor het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.