Veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden. De voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) is berekend op 19 februari 2015, maar door administratieve fouten is het besluit pas op 9 maart 2016 aan veroordeelde betekend.
De officier van justitie vordert herroeping van de VI voor 180 dagen omdat veroordeelde niet meewerkt aan het toezicht en het onderzoek naar bijzondere voorwaarden, waaronder elektronisch toezicht en behandelverplichtingen. Veroordeelde wenst na invrijheidstelling Nederland te verlaten en toont een weigerachtige houding.
De rechtbank oordeelt dat overtreding van de bijzondere voorwaarden ook kan worden aangenomen indien de proeftijd geschorst is wegens detentie uit andere hoofde. Gelet op de aard van de voorwaarden, gericht op resocialisatie, geldt deze verplichting ook tijdens schorsing. De reclassering rapporteert dat veroordeelde niet openstaat voor contact en medewerking weigert.
De rechtbank wijst de vordering tot herroeping toe, maar beperkt de duur tot 120 dagen om veroordeelde de kans te geven zijn houding te wijzigen. De beslissing is uitgesproken op 6 september 2016 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland.