Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer en het tegenverzoek
5.De beoordeling
Stcrt.2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer trad op 22 januari 2016 in dienst bij V&S Pakketdienst als pakketbezorger. Op 2 maart 2016 ontving hij €201,75 remboursgeld dat niet aan de opdrachtgever GLS werd afgedragen. Op 25 maart 2016 tekende de werknemer een brief waarin hij zijn ontslag per direct verklaarde, na een gesprek waarin hem de keuze werd gegeven tussen ontslag of aangifte wegens diefstal.
De werknemer betwistte de diefstal en stelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, omdat hij niet de kans kreeg zich te beraden of juridisch advies in te winnen. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet duidelijk en ondubbelzinnig was en dat de werkgever onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte.
De arbeidsovereenkomst is daardoor niet rechtsgeldig geëindigd en de werknemer heeft recht op loon en toelating tot zijn werkzaamheden. Het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van de werkgever wegens verwijtbaar handelen of verstoorde arbeidsverhouding wordt afgewezen, omdat onvoldoende bewijs is geleverd voor diefstal en de arbeidsverhouding niet zodanig verstoord is.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging en rente, alsmede proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de dwangsom voor niet-naleving is gemaximeerd op €10.000.
Uitkomst: De opzegging door de werknemer is niet rechtsgeldig, de arbeidsovereenkomst blijft bestaan, en de werknemer krijgt wedertewerkstelling en loonbetaling toegewezen; het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.