Uitspraak
RECHTBANK ALKMAAR
1.PROCESVERLOOP
2.BEOORDELING VAN HET VERZOEK
De raadkamer heeft vervolgens nog op 8 juni 2016 de verzoeken afgewezen.
Rechtbank Noord-Holland
De gemachtigde van de verzoeker diende op 17 juni 2016 een wrakingsverzoek in tegen de samenstelling van de raadkamer die op 8 juni 2016 had beslist over het verzoek tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis van de verzoeker.
De raadkamer had op 8 juni 2016 de verzoeken van de verzoeker afgewezen tijdens een zitting met drie rechters, waarbij de verzoeker en zijn raadsman aanwezig waren. Het wrakingsverzoek richtte zich niet tegen een specifieke rechter en werd ingediend nadat de beslissing al was genomen.
De rechtbank overweegt dat een wrakingsverzoek niet kan worden gericht tegen een rechter nadat deze een beslissing heeft genomen. Daarom verklaart de rechtbank het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en stelt het buiten behandeling. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals deze was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens te late indiening na beslissing raadkamer.