ECLI:NL:RBNHO:2016:6336

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2016
Publicatiedatum
29 juli 2016
Zaaknummer
15-155587-15 (P)
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137d lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak aanzetten tot gewelddadig optreden tegen moslims wegens godsdienst

Op 12 maart 2015 plaatste verdachte op een openbare Facebookpagina een tekst 'En branden maar' met een foto van een brandende gebedsruimte/moskee, in reactie op mogelijke bouwplannen van een multicultureel centrum met moskee in Assendelft.

Verdachte werd vervolgd voor het aanzetten tot haat, discriminatie en gewelddadig optreden tegen moslims vanwege hun geloofsovertuiging. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van dit feit.

Verdachte stelde dat zijn uiting voortkwam uit opjutten en stoerdoenerij onder vrienden, zonder intentie tot aanzetten tot geweld. De rechtbank oordeelde dat de uiting, hoewel smakeloos en ongepast, onvoldoende bewijs leverde dat verdachte bewust anderen wilde aansporen tot geweld.

Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte vrij. De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid, ontvankelijkheid van het OM en de geldigheid van de dagvaarding.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen moslims.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-155587-15 (P)
Uitspraakdatum: 22 juli 2016
Tegenspraak
Strafvonnis (Promis)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van vrijdag 8 juli 2016 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op het adres: [adres].
De politierechter te Alkmaar heeft de zaak op 15 oktober 2015 naar de meervoudige strafkamer in deze rechtbank verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.C. Storm en hetgeen verdachte naar voren heeft gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 maart 2015 te Assendelft, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten Moslims en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten Moslims en/of een multicultureel centrum met gebedsruimte/moskee, wegens hun geloofsovertuiging, immers heeft verdachte op een openbare facebookpagina (in reactie op mogelijke bouwplannen met betrekking tot een multicultureel centrum met gebedsruimte/moskee in Assendelft) de volgende woorden geschreven: 'En branden maar' met daarbij een foto van een (brandende) gebedsruimte/moskee.
( art 137d lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit, waarbij verdachte zich volgens de officier van justitie schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen een goed van mensen wegens hun godsdienst.
3.2.
Standpunt van verdachte
Door verdachte is vrijspraak van het hem tenlastegelegde bepleit. Daartoe heeft verdachte verklaard, dat hij nimmer de intentie heeft gehad om mensen aan te zetten tot het plegen van geweld tegen moslims dan wel hun goederen. De door verdachte geplaatste foto en de daarbij geschreven tekst zijn volgens hem voortgekomen uit opjutten, opfokken en stoerdoenerij onder (Facebook)vrienden.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is anders, dan de officier van justitie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Verdachte heeft op 12 maart 2015 op een openbare Facebookpagina (in reactie op mogelijke bouwplannen met betrekking tot een multicultureel centrum met gebedsruimte/moskee in Assendelft) de tekst 'En branden maar' geplaatst met daarbij een foto van een brandende gebedsruimte/moskee. De rechtbank is van oordeel dat de uiting van de verdachte – hoewel smakeloos en ongepast te noemen – die naar eigen zeggen voortkwam uit opjutten, opfokken en stoerdoenerij onder vrienden, op zichzelf onvoldoende is om vast te stellen dat hij met die uiting bewust anderen heeft willen aansporen tot verwezenlijking van dergelijk gewelddadig gedrag. De rechtbank zal hem daarvan derhalve vrijspreken.

4.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W. Veldhuijzen van Zanten, voorzitter,
mr. W.J. van Andel en mr. E.M. van Poecke, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 22 juli 2016.
Mr. W. Veldhuijzen van Zanten en mr. E.M. van Poecke zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.